In 2025 verloren 620 duizend mensen een naast familielid: een ouder, broer, zus, kind of partner. Vooral mensen op middelbare en hoge leeftijd overkomt dit. Dat blijkt uit een analyse van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
| 0 tot 5 | 0,9 |
|---|---|
| 5 tot 10 | 1,4 |
| 10 tot 15 | 2,3 |
| 15 tot 20 | 3,7 |
| 20 tot 25 | 6,3 |
| 25 tot 30 | 9,8 |
| 30 tot 35 | 15,2 |
| 35 tot 40 | 21,2 |
| 40 tot 45 | 28,1 |
| 45 tot 50 | 39,8 |
| 50 tot 55 | 65,9 |
| 55 tot 60 | 88,9 |
| 60 tot 65 | 87,0 |
| 65 tot 70 | 69,6 |
| 70 tot 75 | 61,8 |
| 75 tot 80 | 63,1 |
| 80 tot 85 | 44,1 |
| 85 tot 90 | 24,1 |
| 90 tot 95 | 7,4 |
| 95 tot 100 | 1,1 |
| 100 tot 105 | 0,1 |
Vrijwel iedereen verliest gedurende het leven naaste familie. Sommige mensen verliezen in korte tijd meerdere familieleden. In 2025 verloren ongeveer 599 duizend mensen één familielid, 20 duizend mensen twee familieleden en 700 mensen drie of meer familieleden.
Minderjarigen en jongvolwassenen verliezen meestal een ouder
In totaal verloor 3,6 procent van de bevolking een naast familielid. Het verlies van een naaste komt op jonge leeftijd relatief weinig voor. In 2025 verloor ongeveer 0,2 procent van de minderjarigen een familielid. Bij jongvolwassenen van 18 tot 40 jaar was dat 1,0 procent. Als minderjarigen of jongvolwassenen een naaste verliezen is dit meestal een ouder.
Mensen van middelbare leeftijd en ouderen verliezen vaakst een naaste
In 2025 verloor 5,3 procent van de mensen van middelbare leeftijd (40 tot 65 jaar) een naast familielid. Op deze leeftijd verliezen mensen relatief vaak een ouder, maar soms ook een broer of zus.
Bij ouderen van 65 jaar of ouder komt het verlies van een naaste het vaakst voor: 7,2 procent verloor in 2025 een familielid. Het gaat dan vaker om iemand van ongeveer dezelfde leeftijd, zoals een broer of zus, of om de partner. Een kleiner deel van de ouderen maakt de dood van een eigen kind mee.
| Totaal nabestaanden | 1,2 | 0,1 | 1,8 | 0,4 |
|---|---|---|---|---|
| Minderjarigen | 0,0 | 0,0 | 0,2 | 0,0 |
| Jongvolwassenen | 0,1 | 0,0 | 0,9 | 0,0 |
| Middelbare leeftijd | 0,8 | 0,1 | 4,2 | 0,2 |
| Ouderen | 4,3 | 0,4 | 0,9 | 1,6 |
Overledenen laten vaak meerdere nabestaanden achter
Een overlijden raakt vaak meerdere mensen. In 2025 liet 86 procent van de overledenen een of meer naaste familieleden achter: kinderen, broers, zussen, ouders of een partner.
14 procent van de overledenen liet geen nabestaanden achter. Verdere familieleden, zoals ooms, tantes, neven en nichten zijn hierbij niet meegerekend.
| Geen | 13,5 |
|---|---|
| 1 | 9,5 |
| 2 | 17,1 |
| 3 | 18,8 |
| 4 | 13,6 |
| 5 | 9,7 |
| 6 | 6,7 |
| 7 | 4,4 |
| 8 | 2,7 |
| 9 | 1,7 |
| 10 of meer | 2,5 |
Over deze cijfers
Het CBS verwerkt gegevens over sterfte en verwantschap. Daarmee kan worden gekeken naar het overlijden van familie. De gegevens zijn geanonimiseerd en zijn onder strikte voorwaarden beschikbaar voor . Er zijn er mensen van wie niet alle levende en overleden familieleden bekend zijn, bijvoorbeeld doordat ze ongehuwd samenwonen of de familie in het buitenland woont. In werkelijkheid zijn er dus iets meer nabestaanden dan de cijfers laten zien.
Dit nieuwsbericht gaat over de bevolking op 1 januari 2025. Van alle inwoners van Nederland is toen de leeftijd vastgesteld. Inwoners zijn als nabestaande aangemerkt als ze in 2025 een ouder, (half)zus, (half)broer, kind, stiefouder, stiefbroer, stiefzus, stiefkind of gehuwde, geregistreerde of samenwoonpartners verloren.