Hoger risico op verdrinking onder niet in Nederland geboren kinderen

In 2025  100 inwoners. Van hen had 37 procent een niet-Nederlandse herkomst: het waren migranten of mensen van wie een of beide ouders in het buitenland zijn geboren (tweede generatie). Er verdronken ook 32 mensen die niet in Nederland woonden. In 2024 verdronken 113 inwoners, van wie 27 procent een niet-Nederlandse herkomst had, en 39 mensen die niet in Nederland woonden. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van voorlopige cijfers over doodsoorzaken.

In de afgelopen tien jaar verdronken jaarlijks gemiddeld 93 inwoners, vooral mannen. Er verdronken gemiddeld 62 mensen met een Nederlandse herkomst en 31 met een niet-Nederlandse herkomst. Ook verdronken ieder jaar gemiddeld 30 mensen die niet in Nederland woonden. Het gaat bijvoorbeeld om toeristen, tijdelijke werknemers en andere mensen zonder verblijfsvergunning.

Verdrinkingen
2016 58 28 29
2017 50 35 23
2018 69 43 26
2019 62 14 26
2020 74 33 31
2021 64 16 19
2022 45 28 30
2023 55 43 41
2024 82 31 39
2025* 63 37 32
*voorlopige cijfers

In verhouding veel verdrinkingen onder niet in Nederland geboren kinderen

Van 2016 tot en met 2025 verdronken 930 inwoners. Hieronder waren 57 kinderen jonger dan 10 jaar en 53 kinderen en jongeren tussen de 10 en 20 jaar. Van hen had meer dan de helft een niet-Nederlandse herkomst: ze waren zelf in het buitenland geboren (migranten), of een of beide ouders zijn in het buitenland geboren (tweede generatie). 

Vooral onder jonge kinderen en tieners blijkt een groot verschil in risico op verdrinking tussen een Nederlandse of een andere herkomst. Onder kinderen tot 10 jaar geboren in een land buiten Europa was dat ruim 8 keer groter dan onder kinderen met een Nederlandse herkomst. Onder 10- tot 20-jarigen komt verdrinking bijna 14 keer zo vaak voor. 

Bij kinderen jonger dan 10 jaar die in Nederland zijn geboren, maar hun ouders buiten Europa, is het risico op verdrinking 4 keer groter dan bij kinderen met een Nederlandse herkomst.

Verdrinkingen per 100 duizend mensen, 2016-2025*
Jonger dan 10 jaar 0,20 0,08 0,75 0,00 1,70
10 tot 20 jaar 0,16 0,12 0,07 0,59 2,22
20 tot 40 jaar 0,25 0,53 0,39 0,94 0,88
40 tot 60 jaar 0,39 0,46 0,50 1,14 0,61
60 jaar of ouder 0,93 0,80 0,39 1,29 0,93
*voorlopige cijfers

Ruim kwart verdronken niet-inwoners kwam uit Polen

Van 2016 tot en met 2025 verdronken 296 mensen in Nederland die geen inwoner waren. Van de mensen die verdronken en niet in Nederland woonden, was 90 procent man. Ruim een kwart van de verdronken niet-inwoners kwam uit Polen. 

Van de mensen die niet in Nederland woonden, verdronken in de afgelopen tien jaar 7 kinderen jonger dan 10 jaar en 26 jongeren tussen 10 en 20 jaar. Bijna de helft van alle verdronken mensen die niet in Nederland woonden was tussen 20 en 40 jaar.

Verdrinkingen van mensen die niet in Nederland woonden
2016 25 4
2017 21 2
2018 21 5
2019 24 2
2020 27 4
2021 15 4
2022 30 0
2023 39 2
2024 35 4
2025* 30 2
*voorlopige cijfers

Vooral niet-inwoners verdronken in open water

In de afgelopen tien jaar verdronk 78 procent van de inwoners in open water: een sloot, rivier, kanaal, gracht, recreatieplas, meer, vijver of in zee. Van de 300 mensen die verdronken en niet in Nederland woonden, verdronk 98 procent in open water.

Plaats van verdrinking, 2016-2025*
Nederlands 70,9 23,2 5,9
Migranten 93,3 4,0 2,7
Kinderen van migranten
(tweede generatie)
85,7 7,1 7,1
Niet-inwoners 98,0 0,0 2,0
*voorlopige cijfers

Plaats een reactie